|
Jeugdzorg
JeugdzorgRol van de stadsregioBeleidskader jeugdzorg 2009 - 2012Uitvoeringsprogramma jeugdzorg 2009 Wet op de Jeugdzorg (Wjz) Jeugdzorg Per jaar komen in de stadsregio Rotterdam ongeveer 3.000 kinderen terecht bij jeugdzorg. Dan gaat het om kinderen en jongeren die problemen hebben die zo ernstig van aard zijn dat hulp van buitenaf noodzakelijk is. Sinds 1 januari 2009 is de GGD Rotterdam-Rijnmond verantwoordelijk voor zowel de organisatie als de uitvoering van de jeugdzorg, de stadsregio is formeel nog wel eindverantwoordelijke.
Er zijn veel vormen van jeugdzorg, bijvoorbeeld intensieve thuishulp, crisisopvang, pleegzorg, daghulp, ambulante hulp en residentiële zorg. En er zijn verschillende instellingen actief in jeugdzorg. Bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg, waar ook Advies- en Meldpunt Kindermishandeling deel van uitmaakt. In de stadsregio Rotterdam zijn hiernaast momenteel zes zorgaanbieders actief, namelijk FlexusJeugdplein, TriviumLindenhof, Horizon, Stek, Prokino en Timon.
Rol van de stadsregio De stadsregio Rotterdam is volgens de Wet op de Jeugdzorg verantwoordelijk voor de aansturing en financiering van het Bureau Jeugdzorg en inkoop van zorg bij de jeugdzorginstellingen op basis van de vraag van de cliënt. Het credo van de stadsregio Rotterdam voor de inzet van jeugdzorg luidt ‘eerder en beter’. De stadsregio pleegt inzet op verschillende vlakken om ervoor te zorgen dat de gezinnen uit de stadsregio Rotterdam werkelijk eerder en betere zorg ontvangen. Hiernaast is het een taak van de stadsregio om alle soorten hulp binnen de jeugdzorg en geschakeld aan de jeugdzorg op elkaar af te stemmen. Vanuit het programma Ieder Kind Wint (IKW) wordt in dit kader door alle organisaties en instellingen, die actief zijn binnen het brede jeugdbeleid, gewerkt aan een sterke verbetering van de samenwerking binnen de brede jeugdketen.
Sinds 1 januari 2009 is de GGD Rotterdam-Rijnmond verantwoordelijk voor de voorbereiding, uitvoering en organisatie van de jeugdzorg. Op die datum zijn ook de budgetten en de formatieplaatsen van jeugdzorg vanuit de stadsregio overgedragen aan de GGD. Het doel van de overdracht is een bestuurlijke structuur te creëren waarbinnen meer samenhang is tussen preventieve en de geïndiceerde jeugdzorg, en waar de gemeenten een grotere invloed op kunnen uitoefenen. De stadsregio is formeel nog wel de eindverantwoordelijke partij en houdt toezicht op de jeugdzorg. De stadsregio stelt iedere vier jaar het beleidskader vast voor de jeugdzorg. Beleidskader jeugdzorg 2009 - 2012 beleidskader wordt ontwikkeld in overleg met de partners uit de jeugdzorgketen en afgestemd met de cliëntenorganisaties van de zorgaanbieders. In het beleidskader jeugdzorg zijn de ambities van de stadsregio vertaald in vier doelstellingen:
De vier doelstellingen zijn vervolgens uitgewerkt in twaalf speerpunten:
Deze twaalf actiepunten vormen de belangrijkste basis voor de jaarlijkse stadsregionale uitvoeringsprogramma’s. Zie rechts op deze pagina voor het Regionaal beleidskader jeugdzorg. Uitvoeringsprogramma jeugdzorg 2009 Steeds meer ouders en kinderen doen een beroep op de jeugdzorg. Regionale trends laten zien, dat met name het aantal kinderbeschermingsmaatregelen in de regio Rotterdam fors blijft toenemen. Het percentage kinderbeschermingsmaatregelen (OnderToezichtStellingen/OTS) in de regio Rotterdam is onvergelijkbaar met andere provincies of grootstedelijke gebieden. De problematiek is in de stadsregio Rotterdam zeer complex en dit vraagt om regionaal maatwerk.
In 2009 is ervoor gekozen om prioriteit te geven aan de volgende speerpunten:
Zie rechts op deze pagina voor het volledige Uitvoeringsprogramma jeugdzorg 2009. Het Uitvoeringsprogramma 2010 zal, naar verwachting, in december 2009 worden vastgesteld door de regioraad. Wet op de Jeugdzorg (Wjz) De Wet op de jeugdzorg is in 2005 in werking getreden. Het doel van de Wet op de jeugdzorg is de realisatie van een samenhangend, cliëntgericht en vraaggestuurd stelsel van jeugdzorg en de versterking van de positie van de cliënt. Het Bureau Jeugdzorg vormt de toegang tot alle vormen van geïndiceerde jeugdzorg en is onafhankelijk van het aanbod. Ook (gezins)voogdij en jeugdreclassering zijn bij het Bureau Jeugdzorg ondergebracht.
De Wet op de jeugdzorg is in 2009 geëvalueerd. De evaluatie is in opdracht van het Ministerie voor Jeugd en Gezin uitgevoerd door BMC. De centrale vraagstelling in deze evaluatie was:
Uit het rapport blijkt dat de invoering van de Wjz er toe heeft bijgedragen dat jeugdigen, hun ouders en het gezin de zorg krijgen waar zij recht op hebben. Er dienen nog veel verbeteringen te worden doorgevoerd om te kunnen spreken van een optimale situatie. BMC geeft aan dat uit de resultaten de vraag zich opdringt of het recht op jeugdzorg in de wet wel moet worden gehandhaafd. Het recht zou een aantal praktische implicaties hebben die goede en snelle hulp voor cliënten kunnen bemoeilijken.
Uit de evaluatie blijk eveneens dat de Wjz een aantal knelpunten heeft opgelost. De beoogde integratie in de jeugdzorg is nog maar gedeeltelijk gerealiseerd. Daarnaast bevat de Wjz naast het recht op jeugdzorg een tweetal relevante uitgangspunten, waarvan het de vraag is of deze niet moeten worden herzien. Het betreft enerzijds de positionering en uitvoering van de ‘indicatiestelling’ in het stelsel en anderzijds het naast elkaar bestaan van ‘verschillende financieringssystemen’ voor geïndiceerde zorg zonder verdere maatregelen.
De Minister voor Jeugd en Gezin heeft aangegeven begin 2010 met een standpunt te komen, waarin hij het BMC onderzoek alsook andere relevante onderzoeken mee neemt. Mogelijk zal dit leiden tot veranderingen binnen het jeugdzorgstelsel en herverdeling van de beschikbare middelen.
Hierbij is het van uit het perspectief van de stadsregio Rotterdam van belang dat het Rijk de voorwaarden schept waarmee duurzame zorg geboden kan worden aan de kinderen, jongeren en gezinnen die ondersteuning nodig hebben. Bij het zoeken van de oplossingen dient de problematiek van de doelgroep centraal te staan, en niet het financiële kader of de beperkingen van het gekozen systeem. Met een adequate inrichting van het systeem en een passende verdeling van de beschikbare middelen wordt het belang gediend van die duizenden kinderen met ernstige problemen die goede zorg ontzettend hard nodig hebben. Minervahuis I, Meent 106, 3011 JR Rotterdam
|